Wachten

Hele dagen kan ik tevreden thuis zijn zonder een voet buiten de deur te zetten. Een echte huismus kan ik wezen, verveel me thuis nooit en de muren komen echt niet op mij af.
Kan mij uren vermaken met een boek, een laptop, een puzzelboekje of een handwerkje. Ook het huis poetsen vind ik niet erg en met plezier strijk ik zelfs een mand strijkgoed weg.

Maar oh wee, als ik thuis moet blijven, als er bijvoorbeeld een monteur ergens voor moet komen of als er een pakje bezorgd wordt. Dan krijg ik plots de drang om toch maar vooral weg te willen.
Ik wil naar de winkel, vind het ineens de ideale dag om een eind te lopen met de honden of moet nodig eens bij deze en gene op de koffie.
Moe word ik dan van mij zelf, loop maar te drentelen door het huis, weet niet wat te doen, kan gewoon mijn draai niet vinden.

Vandaag wordt er tussen 11.00 uur en 18.00 uur een pakje bezorgd. Het is nu 11.30 uur, van mij mag de bezorger nu wel aanbellen.


Dan kan ik weer rustig een beetje poetsen zo hier en daar, een boekje lezen of eens over het internet struinen! 

Advertenties

Afspraak

Ken je die afsprakenkaartjes? Zo’n kaartje die je mee krijgt van de tandarts of huisarts als je weer moet komen? Zo’n kaartje waar je wel 10 afspraken op kunt schrijven, maar er meestal maar 1 op staat? Zo’n kaartje die je thuis weg gooit nadat je de afspraak op de kalender of in de agenda geschreven  hebt? Zo’n kaartje dus!

Onze pedicure werkt ook met die kaartjes. Als je daar de eerste keer komt en je maakt dan een volgende afspraak, dan krijg je zo’n kaartje. 
Alleen verwacht zij dat je dat kaartje ook weer meeneemt de keer erop. Elke keer dat je daar komt, verwacht ze dat je dat kaartje weer bij je hebt om er de volgende afspraak op te schrijven. Net zo lang totdat het kaartje vol is, pas dan krijg je een nieuw kaartje.

Afgelopen week gebeurde dat waar ik al maanden bang voor ben… ik was het kaartje kwijt! Altijd leg ik het kaartje op een vaste plek neer, maar van de week lag daar van alles, behalve het kaartje!

De hele morgen heb ik zitten denken waar dat kaartje toch kon wezen. Kastjes nagekeken, tassen op de kop gehad, jaszakken nagekeken, van alles kwam ik tegen, maar geen kaartje. Wat nu? Zeggen dat ik het kaartje vergeten ben of eerlijk opbiechten dat dat ding weg is?

Ik besloot het laatste. Eerlijk vertelt dat het kaartje spoorloos is, dat ik alle moeite had gedaan om het te vinden, maar dat dat helaas niet gelukt was.

En toen zei ze iets, waar mijn mond nog zeker 5 minuten van open heeft gestaan. Ik snap nog steeds niet dat iemand dat bijhoudt en dat van al haar klanten! 

Ze zei: “Ach zo erg is dat niet, er kon nog maar 1 afspraak op en dan was hij toch vol, je krijgt nu wel een nieuwe!”  

Gedichten

Het is de week van de gedichten, nog tot en met 7 februari.
Dat doet mij denken aan de lessen Nederlands in de brugklas. Daar maakten wij kennis met het lezen en begrijpen van gedichten.
Een van de eerste gedichten waar wij mee aan het werk moesten was het gedicht   “De tuinman en de dood”, een kort gedicht van Pieter Nicolaas van Eyck.

Heel indrukwekkend vond ik dat gedicht, nu jaren later vind ik het nog steeds een mooi gedicht. Het gedicht stamt uit 1926, is niet al te serieus geschreven en heeft een verrassende ontknoping. Toch behandelt de schrijver een serieus onderwerp.

Van alle gedichten die we in die jaren hebben moeten behandelen is dit toch wel het gedicht dat mij het meest is bijgebleven!

De tuinman en de dood

Een Perzisch Edelman:

Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,
Mijn woning in: “Heer, Heer, één ogenblik!

Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.

Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,
Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.

Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!” –

Van middag (lang reeds was hij heengespoed)
Heb ik in ’t cederpark de Dood ontmoet.

“Waarom,” zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,
“Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?”

Glimlachend antwoordt hij: “Geen dreiging was ‘t,
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,

Toen ‘k ’s morgens hier nog stil aan ’t werk zag staan,
Die ‘k ’s avonds halen moest in Ispahaan.”

P.N. van Eyck